|
PLAYBOY INTERVIEW:
De hoofdrolspeler van De aanslag over sex in de Haagse jaren zestig, | |
|
In 1979 speelde de nu 35-jarige Derek de Lint een inmiddels welhaast klassiek geworden scène in Paul Verhoeven's Soldaat van Oranje: Samen met Rutger Hauer danste hij een onvergetelijke tango. Haver en Verhoeven werken inmiddels aan een Amerikaanse carrière, maar De Lint is nog hier. Zijn bijrol in Soldaat van Oranje verruilde hij voor hoofdrollen in Kort Amerikaans, Van de Koele Meeren des Doods, Bastille en Een Zaak van Leven en Dood terwijl deze maand De aanslag naar het boek van Mulisch in première gaat. Hoofdrol Derek De Lint, uiteraard. Kent u hem niet van de film, dan kent u hem van de televisie, uit Herenstraat of uit de spotjes over het Zwitserlevengevoel, wat dat ook wezen mag en als die u ook al ontgaan zijn weet u toch in ieder geval dat hij de mooiste man van Nederland is, volgens de Viva of de op één na mooiste, volgens Opzij. In ieder geval is De Lint een van de beste en populairste acteurs van ons land en daarom vroeg PLAYBOY redacteur Guus Luijters hem te interviewen.
Zijn verslag: "Het grote voordeel van het Filmfestival van Cannes is dat je er nog eens iemand ontmoet. Zo werd ik er twee jaar geleden voorgesteld aan De Lint, met wie ik een paar dagen later op een terras aan zee, terwijl een vloot van reclamevlieg-tuigjes boven onze hoofden regelmatige rondjes draaide, een gesprek probeerde te voeren. Daarna kwamen we elkaar, plotseling, overal tegen. Tijdens een bijeenkomst na een première - oesters, haring en bubbeltjeswijn, alles zoals het hoort dus - vroeg ik hem of hij geïnterviewd wilde worden. We wisselden telefoonnummers uit, die we prompt weer kwijt raakten, maar tenslotte brachten we het toch tot een afspraak. We begonnen onze serie gesprekken in het Amstel Hotel en het uitzicht daar beviel ons zó goed - om over de zalm en de chablis nog maar te zwijgen - dat we de plek tot ome vaste afspraakplek promoveerden. Op wat parkeermoeilijkheden na — we waren een keer een kleine drie kwartier bezig om De Lint's Peugeot tussen twee parkeermeters door te manoeuvreren - waren er geen problemen, en eigenlijk bevielen onze gesprekken me zo goed dat ik nog iedere week naar het Amstel ga en iedere keer weer teleurgesteld ben De Lint niet aan te treffen. Gelukkig is De Lint wel in de bioscoop te zien en wel in De aanslag, een film waar, naar ik aanneem, u even be nieuwd naar bent als ik. En tenslotte is er nog dit interview," |
PLAYBOY: Je speelt de hoofdrol in De aanslag, weer een film over de oorlog. De ijssalon, Het bittere kruid. In de schaduw van de overwinning. De aanslag, wordt het niet een beetje te veel van het goede? DE LINT: Toen ik Soldaat van Oranje maakte, dacht ik: Jezus, altijd die oorlog, ik word er doodziek van, wanneer is het nou eens afgelopen. Terwijl ik nu het tegenovergestelde vind. Het begint pas. Pas nu worden de interessante films over die tijd gemaakt. Een heleboel mensen hebben altijd de schijn opgehouden van "Met mij? Niks aan de hand! Ik ben de oorlog doorgekomen en verder gaat alles goed." Maar als ze 50 worden, begint het verleden te werken, ontstaat het conflict. Ik zie het om me heen en vaak zijn dat niet eens mensen die verschrikkelijke dingen hebben meegemaakt, familieleden verloren of wat dan ook.De aanslag gaat niet in de eerste plaats over de oorlog, het is geen oorlogsfilm. De aanslag gaat over iemand die in het oog van de buitenwereld heel goed terecht is gekomen. Hij is door zijn oom keurig opgevoed, hij is gaan studeren, Jtij is arts geworden. Hij trouwt, krijgt een kindje, gaat zich specialiseren, hij heeft een huis hier, een huis in Toscane, een geslaagd man. Maar in zijn jeugd heeft hij iets meegemaakt, dat hij nooit verwerkt heeft. Weggestopt en onverwerkt verdriet, daar gaat het over. In het oog van het publiek ben ik ook zo'n successtory: getrouwd, kindjes, carrière, maar er is meer natuurlijk, dat is met iedereen zo. Al heb ik in mijn jeugd niets meegemaakt dat je kunt vergelijken met wat Anton Steenwijk in De aanslag is overkomen. Ik heb zelfs de oorlogsperiode in de film niet meegemaakt. Daarin speelt een jongetje van 12 de rol van Anton Steenwijk. PLAYBOY: Toen jij 12 was, had je de Beatles. DE LINT: Den Haag in de jaren zestig, ja, dat was een fantatische tijd. Alleen in Scheveningen al had je ik weet niet hoeveel clubs, Palais de Dance, Kurhaus, Casino, Pam-Pam. Top Ten, de Beat-kelder, de Sport, de Drie Stoepen, de Marathon niet te vergeten. De Stones kwamen naar Den Haag toe, The Who, The Pretty Things. Den Haag dat was de grote wereld en ik zat op de goede plek. Als je aan het einde van je puberteit zit, en je begint na te denken over wat je wilt en dat valt samen met zo'n periode, dan mag je niet klagen. Het is toch een uniek decennium geweest. PLAYBOY: Hoe zag je eruit? DE LINT: Ik had lang, krullend haar. Ik was lang en heel mager. PLAYBOY: En wat voerde je uit? DE LINT: Ik was verschrikkelijk druk met meisjes bezig, meisjes en de rest was bijzaak. Ik moest natuurlijk zorgen dat ik niet van school werd getrapt, maar verder... PLAYBOY: Hoe bedoel je precies 'met meisjes bezig'. Toch geen problemen mag ik aannemen? Knappe jongeman... DE LINT: Nee, maar ik was gewoon bezig, bezig om die ene te krijgen, het meisje waarmee je door alle dimensies heen kon breken, het bovenste van het bovenste mee kon bereiken. PLAYBOY: Als ik goed herinner was de periode waarin jij opgroeide de periode van de veranderende sexuele moraal. Ik ben een paar jaar ouder dan jij en dat is toch een heel verschil. Toen ik begon te neuken, was er nog geen pil bijvoorbeeld. Wij leefden in een voortdurende staat van doodsangst. DE LINT: Er waren toch condooms? PLAYBOY: Ja, maar dat waren rotdingen die altijd stuk gingen. DE LINT: Maar de pil was er niet toen ik achttien was. PLAYBOY: Die was er wél. Geslachtsziek ten waren er niet, die waren opgeheven. Je kon in die tijd probleemloos in de rondte neuken. DE LINT: Dat staat nu gelijk aan zelfmoord. Als je het niet meer ziet zitten in het leven, moet je dat doen. Maar wat ik net bedoelde, de pil bestond natuurlijk wel, maar het was niet zo dat meisjes hem ook per definitie gebruikten. Vaak wilden ze de pil wel, maar er gingen natuurlijk verhalen over enorme hormonale bijwerking en dan had je ouders die ertegen waren, omdat het maar tot ongelimiteerd geneuk zou leiden. Ik ben me altijd erg bewust geweest van het gevaar iemand zwanger te maken. Er waren jongens die er gewoon op los neukten. Als een meisje zei „ga je gang maar", dan dachten ze, "nou, dan is het jouw probleem". Ik heb altijd beseft dat het heel ingrijpend kan zijn als iemand zwanger van je raakt, dat dat je leven ingrijpend kan veranderen. Waarschijnlijk dacht ik zo, omdat mijn ouders heel open over sex waren. Ze reageerden altijd heel goed. Ik kan me herinneren dat ik een keer met een meisje op bed lag, bloot, muziek aan, ouders weg, je kent dat wel en dat ik niet had gehoord dat mijn ouders weer thuis waren gekomen. Mijn vader komt binnen om te zeggen dat hij er weer is en wij liggen daar dus. "Sorry," zei hij en hij ging weg, en even later klopte hij aan en kwam hij binnen met een plaat, vioolmuziek. „Hier," zei hij, "misschien helpt dat de sfeer." Later ben ik me gaan realiseren hoe belangrijk zo'n reactie is. Wat voor frustraties en trauma's verkeerde reacties kunnen opleveren. Wat ouders van vroegere vriendinnetjes van me niet allemaal hebben gedaan om mij bij hun dochter weg te houden, belachelijk! Ik had een echte grote liefde, met een meisje dat klaar was om haar hoofdacte gaan doen, terwijl ik op de HAVO zat. Die ouders kwamen erachter dat wij met elkaar vreeën, en niet een beetje, maar onstuimig en ongelimiteerd, buiten, overal. Mijn ouders werden toen echt ontboden om bij die ouders thuis de situatie te komen bespreken. Die mensen zeiden zoiets van: "U hebt waarschijnlijk wel gehoord dat uw zoon en onze dochter..." en mijn vader zei:„Nou mevrouw, wij zijn toch ook jong geweest!" Dat mens werd woedend en ze zei: "U bent alleen maar blij dat uw zoon niet homofiel is." Zo'n reactie. En moet je je voorstellen, dat meisje werd van school gehaald, vlak voor haar hoofdacte, en als au pair naar Engeland gestuurd. En dat ze ging! Dat vind ik nog steeds... Later heb ik meegemaakt dat een meisje het van haar ouders met me moest uitmaken en dat deed ook. Achteraf denk ik dan, wat goed dat ik niet met zo'n vrouw ben getrouwd. PLAYBOY: Vreselijk. DE LINT: Onbegrijpelijk. PLAYBOY: Precies, want wat je nu vertélt was in die tijd toch onmogelijk. DE LINT: Misschien viel ik wel op truttige types. Toen ik op de kunstacademie in Enschede zat had ik een liefde - een andere grote liefde - die op de Koninklijke Academie in Den Haag zat en haar moeder kwam erachter dat ze af en toe bij mij logeerde en dat ik haar in bed Wolkers had voorgelezen. Daar kwamen ze achter door haar brieven open te maken! Moet je je voorstellen, je bent verliefd en 's morgens vroeg, als we op bed hadden ontbeten, las ik voor uit Turks Fruit! Dat is toch schitterend! PLAYBOY: Je bent tamelijk romantisch hè? DE LINT: Inderdaad, ik kon eigenlijk alleen met een meisje vrijen als ik heel erg verliefd was, als ik het idee had dat ik de ideale vrouw had gevonden, maar dat neemt niet weg dat ik tegelijkertijd op een verschrikkelijke manier plezier aan het maken was. Ik heb fantastische herinneringen. Je had toen voor het eerst beha's met voorsluiting, of, ik weet niet of dat voor het eerst was, maar in ieder geval zag ik het voor het eerst. We lagen te vrijen en ik wist dat je dat net als eten langzaam moet doen, rustig. Ik kleedde haar uit, deed haar beha aan de voorkant los... en kwam klaar. Een ramp! Maar als ik er aan denk: Fantastisch! Zo'n beha die openspringt en dan twee van die borsten die je zo aankijken. | |
PLAYBOY: En hoe is het met die grote liefdes afgelopen?DE LINT: Met het meisje dat naar Engeland moest heb ik nog een hele tijd geschreven, plannen maken voor een vakantie, zes weken met de tent en drie dagen voor je vertrek een telefoontje krijgen dat ik niet hoefde te komen. Ze had een Engelsman ontmoet. Dat andere meisje werd ontdekt als fotomodel. Ze reisde met buitenlandse fotografen door Europa. Ik knettergek van jaloezie, maar als je verliefd bent, sta je heel veel toe, ik in ieder geval. Ik ging heel ver, alleen uit angst om haar te verliezen. Het is uitgegaan omdat ze me belazerde met een andere kerel en dat is mijn geluk geweest. Ik zat op de kunstacademie in Enschede en op een gegeven moment wist ik heel zeker dat ik daarmee niet moest doorgaan. Het was niet wat ik wilde, ik wilde met theater te maken hebben, ik wilde niet in Twente blijven, ik wilde naar Amsterdam toe, naar het centrum van alles. Mijn ouders waren daar op tegen, die vonden dat ik moest doorbijten en zij was ook tegen. Ze begon te zeiken dat ik ten opzichte van haar ouders moest tonen dat ik voor haar kon zorgen en toen het tussen ons uitraakte, dacht ik: krijgen jullie allemaal de kelere. Ik doe wat ik wil. En dat is heel belangrijk voor me geweest. Ik ben dus naar Amsterdam gegaan. Ik heb me opgegeven voor de Theaterschool en ik ben op een van de grachten op kamers gaan wonen en 's nachts stond ik in de kroeg en ik dacht: Jezus, wat is dit? PLAYBOY: Wat is wat? DE LINT: Amsterdam. Wat er met me gebeurde, is - als ik het in een mooie zin samenvat - dat ik het ongelimiteerde van mijn eigen mogelijkheden ontdekte. De eerste jaren vooral was het een wild leven, maar God, wat gebeurt? Je ontmoet iemand, wordt verliefd en daar ga je mee samen wonen. Dan heb je een soort huishouding samen en je ontmoet weer een andere vrouw waar je het fijn mee hebt, dat soort dingen. PLAYBOY: Je bent niet iemand voor het echte vrijgezellenbestaan. DE LINT: Nee, maar ik kan me absoluut niet voorstellen, hoe gek dat ook mag klinken, dat ik ooit nog zou hertrouwen. Ik ben heel gelukkig, maar ik denk dat ik als het nu mis zou gaan voor mezelf zou kiezen. Ik kan me voorstellen dat ik gescheiden van mijn vrouw leef, maar niet dat ik hertrouw of een verhouding zou beginnen met alle gevolgen van dien. Ik denk dat ik veel zelfstandiger zou blijven. Ik denk ook dat ik als ik beter alleen had kunnen zijn, beter had kunnen schrijven. Ik ben erg blij met het acteren, het past hij me, ik voel me er fijn bij, maar als ik een ander type was geweest, het type dat tegen alleen zijn kan, was ik doorgegaan met schrijven. PLAYBOY: Heb je veel geschreven? DE LINT: In de tijd dat ik op de kleinkunstacademie zat, schreef ik dagelijks, maar mijn probleem was, dat ik aan wat ik zeggen wilde geen vorm kon geven en als je de vorm niet weet, dwaal je in het luchtledige. En later, in tijden dat ik geen werk had en wat ik aangeboden kreeg zo erbarmelijk was, dat ik dacht: Dat kan ik zelf beter, heb ik het ook weer geprobeerd. Synopsis verzinnen en dan uitwerken in filmbeelden. PLAYBOY: Heb je wel eens iets verkocht? Je zit dicht bij het vuur, dus als je iets hebt... DE LINT: Ik heb eens een Canadees-Nederlandse co-produktie gedaan en toen die klaar was, kreeg ik een goed idee dat ik samen met mijn vrouw heb uitgewerkt. Ik heb dat aan die producent voorgelegd en hij was heel enthousiast. Ik kon toen een bedrag krijgen om het scenario te gaan schrijven, maar toen kwam er weer werk en die synopsis ligt nog steeds thuis. Het was een aardig idee, maar er is verder niets meegedaan. PLAYBOY: Zit dat je dwars? DE LINT: Nauwelijks. Toen ik op de kleinkunstacademie zat, vond ik het heel erg dat ik geen vorm kon geven aan wat er van binnen met me gebeurde, maar nu vind ik toch, dat ik meer talent heb voor het acteren dan voor schrijven. En, het komt er ooit nog wel eens uit. Dat boek kan ik ook op mijn 50ste nog schrijven. PLAYBOY: Je kunt volgend jaar ook dood zijn. Of hou je daar geen rekening mee? DE LINT: Ik weet dat leven eindig is. Harry Mulisch schrijft in De zaak 40/61, over het proces Eichmann, dat het niet allemaal geschiedenis is, dat het morgen weer kan gebeuren en er een vrachtauto voor je deur staat, omdat je een blauwe trui draagt of grijze haren begint te krijgen. Natuurlijk. Je moet wel goed gek zijn als je dat niet weet, maar ik ga er niet vanuit. Ik ga er vanuit dat ik oud word. Ik weet dat je ieder moment dood kunt gaan, maar ik ben er absoluut niet mee bezig. Dat zou ik ook heel vervelend vinden, als ik me dagelijks zou moeten afvragen of ik nog wel tijd van leven heb. Nee, ik sta midden in het leven. PLAYBOY: Hoe vind je het om ouder te worden? DE LINT: Heerlijk, het wordt met de dag leuker en spannender. PLAYBOY: Echt? DE LINT: Ja. Als ik terugkijk naar toen ik 16 was en ik nog zo verschrikkelijk veel dingen voelde en niet wist waar ze vandaan kwamen, dat was ook heel spannend. Wat ik nu spannend vind, is dat ik vorm kan geven aan de dingen die in me omgaan en dat kon ik toen niet. Ik zwom in een oneindige zee en als ik ook maar even grond onder mijn voeten voelde, zat ik alweer in een draaikolk. Ik ben me alles nu veel bewuster, waar bij ik wel moet aantekenen dat ik fouten die ik op mijn 16e maakte nog steeds maak. PLAYBOY: Wees blij. Het moet toch vreselijk zijn om in zo'n mijnheer te veranderen. DE LINT: Maar soms vind ik het zalig om zo'n mijnheer te zijn. Dat heb ik altijd lekker gevonden. Ik zou het alleen vreselijk vinden als ik me voor een vak een bepaald jargon zou moeten aanmeten, een bepaalde auto zou moeten gaan rijden. Maar als acteur vind ik het heerlijk om in allerlei gedaanten te verschijnen. Een jonge, ambitieuze advocaat spelen in een mooi Italiaans pak. PLAYBOY: Maar in die mijnheer zit die jongen toch. DE LINT: Die mengeling is het mooiste wat er is: De mijnheer waar het jongetje inzit. Dat is zo erg aan politici. Politiek is tegenwoordig bijna een synoniem voor hypocrisie en dat komt omdat die mensen zichzelf allemaal zo vreselijk serieus nemen. Alleen maar bezig een mijnheer te zijn, een mijnheer met een mijnheer erin en voor dat jongetje is geen plaats meer. Als je ziet wat er allemaal gebeurt is het een wonder dat er nog zoveel mensen in politiek geloven. Je ziet de handen in de poppen zitten en waarom geloof je dan steeds aan de poppenkast? PLAYBOY: Hoe leef je? DE LINT: Gezond wel. PLAYBOY: Ik bedoel je stijl van leven? Ben je rijk? DE LINT: Als je rijk bedoelt in de zin van: Heb je je geld vastgelegd in aandelen en bel je iedere ochtend met de beurs of zoiets, nee, dan ben ik niet rijk. Ik leef heerlijk en het geld dat binnenkomt probeer ik op een beetje zinnige manier uit te geven, maar ik ben er niet mee bezig op een bepaald moment binnen te zijn. Ik heb een eigen huis en een huis in Friesland en als er geld is, leven we lekker en als het geld er niet is, leven we wat minder. Dat vind ik een gezonde instelling. Voor het eerst eigenlijk, ook voor de kinderen natuurlijk, ben ik bezig een beetje te plannen, vooruit te kijken. Mijn vader heeft me altijd met mijn belasting geholpen en sinds enige tijd laat ik dat door een professioneel bedrijf doen. Vroeger werkte ik met een agente en nu met een advocaat en dat soort dingen hebben de zaken erg voor me verbeterd. Dat is puur zakelijk. In mijn vak is het zo dat je soms helemaal niets verdient of zelfs terug moet vallen op een uitkering, terwijl je af en toe een gigantisch salaris verdient. Maar rijk, ik denk dat het in Nederland als je alleen voor film en tv speelt heel erg moeilijk is om rijk te worden. Ik draai nu een televisie-serie, Dossier Verhuist, die in het laatste kwartaal van dit jaar wordt uitgezonden. Voor de televisie kun je dan verder niets meer doen, vind ik. Eén zo'n serie, dat is al zoveel, je wordt daardoor al zo'n ontzettend bezit van het publiek, dat is genoeg. En dan is er film. Als je twee of drie films per jaar doet, is dat heel veel. Ik heb een keer drie films in een jaar gedaan, dat is echt de limiet. PLAYBOY; Wat doe je als je niet werkt? DE LINT: Fotografie is nog altijd een passie. Ik kreeg mijn eerste fototoestel toen ik twaalf was en ik heb echt heel veel foto's, een gigantisch archief. PLAYBOY: Met voor soort fotografie hou je je bezig? DE LINT: Ik vind het leuk om mijn leven en het leven van mijn omgeving vast te leggen, dus het komt neer op de gewone huis-tuin-en-keuken foto's van vrouw en kinderen, voor anderen totaal oninteressant. En wat ik ook heel graag doe en dat is heel raar, want mensen verwachten dat totaal niet van me: Ik zit graag met oude auto's te rommelen. PLAYBOY: Sleutelen? DE LINT: Ja. Leuk. Dat vind ik zalig. Als ik ooit misluk als acteur neem ik een terrein en begin een autosloperij. PLAYBOY; Heb je oude auto's? DE LINT: Ja, maar het is niet zo dat ik Jaguars uit 1932 spaar. De echte liefhebbers hebben een verwarmde garage onder hun huis en daar staan dan drie Jags en 's avonds gaan ze met een whisky in hun hand naar beneden om alleen te zijn met hun liefde. Zover is het met mij niet en komt het ook niet, ook al niet omdat ik het geld en de plek er niet voor heb. Maar vanaf mijn zeventiende ben ik altijd met oude auto's bezig geweest. In het begin omdat ik geen geld had om ze te laten maken, dus heb ik het zelf geleerd. Op een bepaald moment verdien je zoveel dat je het niet meer zelf hoeft te doen, maar de liefde is gebleven. Ik heb het met oude Peugeots. Ik heb er drie en in één van de drie rij ik. Ik hou van oude auto's. Ik vind dat ze vroeger mooiere auto's maakten dan tegenwoordig. Als je een DS neemt en een CX, dan vind ik de DS mooier, een 404 vind ik mooier dan een 505. | |
PLAYBOY: En die oude Citroen, die traction avant.DE LINT: Prachtig, maar aangezien ik echt in de binnenstad woon is zo'n auto onmogelijk. Dan slaap je niet meer, loop je iedere ochtend gespannen naar je auto, kijken of hij er nog wel staat. Die Peugeots doe ik samen met jongens van een sloperij. Ik doe het niet helemaal in mijn eentje, ik zou het niet kunnen, ik kan bijvoorbeeld niet lassen. Ik kan mezelf geen monteur noemen. Ik vind het leuk om allerlei te doen, allerlei verschillende dingen te doen, maar om echt ergens mijn tanden in te zetten, dwars door tegenslagen heen te bijten, dat is nooit één van mijn sterkste kanten geweest. Het acteren is het eerste waarmee ik echt ben doorgegaan en daardoor heb ik geleerd dat je, als je dat doet, op een gegeven moment ook op een ander niveau terecht komt. Dat is heerlijk. Vanaf dat niveau kun je terug kijken en dan zie je dat je geleerd hebt en daardoor krijg je automatisch honger om nog meer te leren en beter te worden. Met fotografie en auto's is dat nooit gebeurd, dat zijn altijd hobby's gebleven, maar misschien komt het nog. Ik hoop dat het die kant op gaat. Met liefde een auto helemaal reviseren, hem helemaal in de oude stijl terugbrengen, dat te kunnen lijkt me fascinerend. PLAYBOY: Om nog een keer op je manier van leven terug te komen, wat vind jij prettig? DE LINT: Om met mensen te zijn om wie ik geef, van wie ik hou. Om te proberen zonder je van het dagelijkse gebeuren te distantiëren, zonder je in een ivoren toren terug te trekken toch een eigen wereld op te bouwen. PLAYBOY: Jouw wereld wordt natuurlijk voortdurend bedreigd. DE LINT: Absoluut niet. Dat zou onzin zijn als ik dat zou beamen. Wat wel waar is, is dat ik uiterst secuur met mijn privé-leven omga. Je hebt nu eenmaal te maken met het feit dat mensen je kennen en in 99 van de 100 gevallen komt dat door de televisie. Ik denk dat je 50 jaar toneel kunt spelen, zonder herkend te worden. Je kan 10 films hebben gedaan, maar als je één televisie-serie doet, ben je bezit. Zo ligt het ongeveer. Televisie is ongelooflijk. Dat heeft zo'n bereik en zo'n uitwerking, op je dagelijkse leven ook. En daar word je mee geconfronteerd. In de meeste gevallen het aardig, leuk, lief, ontroerend, soms is het vervelend. Maar om te zeggen dat het me dagelijks bedreigt, is echte onzin. Ik kan me voorstellen dat je als je je in de populariteit van een groep als Doe Maar kan verheugen, dat je dan echt gek wordt, maar als acteur overkomt je dat niet. En ik denk ook dat het iets te maken heeft met het feit dat ik me vanaf het begin op een bepaalde manier heb opgesteld tegenover de pers. Toen ik Soldaat van Oranje deed, werd me gezegd dat ik als Privé belde ogenblikkelijk de hoorn op de haak moest gooien. Ik dacht toen: Dat is onzin, want dat doe ik bij niemand. Iemand moet wel heel ver gaan, wil ik dat doen. Dus als iemand me opbelt en die staat me keurig te woord en vraagt om een interview, dan zal ik de hoorn niet op de haak gooien. Dat heeft er toe geleid, dat ik nu, 10 jaar later, wat mij betreft in ieder geval een uitstekende verhouding met de pers heb. Ik heb ook niets te verbergen. Ik vind alleen dat ik mijn gezin moet beschermen. PLAYBOY: Bardot stelde: Het enige dat ik heb is mijn privé-leven en dat willen ze me ook nog afpakken. Daar is ze haar leven lang mee bezig geweest. DE LINT: Maar je kunt mij niet vergelijken met Bardot. Bardot was wereldberoemd. Die hing op alle mannenkamers van het westelijk halfrond, nou, ik niet. Dat was een sexsymbool. PLAYBOY: Jij toch ook. Alle schoolmeisjes zijn verliefd op je. DE LINT: Nou, nou, nou... Maar wat ik heel leuk en zoiets liefs vind, is als ik bijvoorbeeld met mijn kinderen in de dierentuin loop en ik zie dat een meisje in een groep mij herkent en denkt: Niets uitleggen, dat kost alleen maar tijd, erop af! En naar me toe rent. Dan zie je die andere kinderen denken: Jezus Christus, en die rennen mee. En allemaal een handtekening en bij de laatste krabbel die ik zet, zegt zo'n meisje: „Hoe heet u ook alweer?" Dat is voor mij die gezonde relativering. Als jij zegt dat alle schoolmeisjes verliefd op me zijn, denk ik: Er zijn ook heel veel schoolmeisjes die bij God niet weten wie ik ben. En zo moet het blijven ook. PLAYBOY: Hoe is het om een sexsymbool te zijn? DE LINT: Als ik het ben, is het frustrerend. PLAYBOY: Je bent het. DE LINT: Dat komt door de media. Drie dames van de Viva gaan 's avonds - lachen, gieren, brullen - met sherry, witte wijn en blokjes kaas bij de telefoon zitten en bellen 120 willekeurige abonnees op om ze te vragen wie ze de mooiste man van Nederland vinden. Dat was vlak na Herenstraat waar erg veel mensen naar hebben gekeken en dat een grote indruk had gemaakt en het volgende moment ben je Derek haakje openen de mooiste man van Nederland haakje sluiten De Lint. Dat werkt. Vanaf dat moment geloven inderdaad heel veel meisjes dat je de mooiste man van Nederland bent, dat dat is nagemeten of zoiets. PLAYBOY: Wat is het gevolg van dat image? DE LINT: Als je 17 bent of 18 droom je ervan dat als je ergens binnenkomt en daar zit een meisje heel verliefd met een jongen te praten, dat ze op het moment dat ze jou ziet een double-take maakte, die jongen van haar aankijkt en iets krijgt van: Sorry, maar... dat is de man van mijn dromen. En als dat soort dingen tien jaar later gebeuren, is het alleen maar frustrerend. Ik kan er niets mee. Het is frustrerend als er een schitterende vrouw naar je toekomt en het enige dat je kunt doen is aardig zijn, een handtekening geven. Het is echt heel moeilijk om hierover te praten, dit raakt een gebied dat ik liever omzeil. Dit is zo'n punt waarop ik zeg: Tot hier en niet verder, maar laat ik dit zeggen: Er komen 100 meisjes naar je toe, op 100 verschillende manieren en 99 keer kun je zeggen, "bekijk het" of "leuk even met je gesproken te hebben" en één keer komt er dan iemand naar je toe met een blik... en dan wordt het moeilijk. PLAYBOY: Is je vrouw jaloers? DE LINT: Ze zegt van niet. Ze wordt jaloers als ik verliefd dreig te worden, als ze een bedreiging voelt. Maar als ik een bedscene in een film moet doen, is ze absoluut niet jaloers. PLAYBOY: Vind je het moeilijk om erotische scènes te doen? DE LINT: Het moeilijkste wat er is. PLAYBOY: Hoezo? DE LINT: Het is zo moeilijk omdat het normaal gepland wordt. De ene dag loop je gewoon op straat en voor de volgende dag heb je een erotische scène, „Jongens, morgen gaan we dit en dat doen". Eigenlijk moet je ontzettend veel tijd voor zoiets kunnen nemen. Je hebt mensen nodig die het kunnen, een acteur en een actrice die het samen willen doen en vanuit de produktie moet een sfeer gecreëerd worden waarin je zo'n scène kunt verwezenlijken. En nou praat ik nog niet eens over de regisseur die het nog een keer moet vastleggen ook. | |
|
PLAYBOY: Ik vind erotiek in Nederlandse films eigenlijk altijd een verplicht lachertje. DE LINT: Ik vind het ook heerlijk dat er in De aanslag niet of nauwelijks erotiek voorkomt. Maar er zijn nog steeds mensen die denken dat een goede neukscene een film commercieel helpt. Niets is vreselijker om naar te moeten kijken dan neuken. PLAYBOY: Wat vind je van porno? DE LINT: Niets. Dat doet me niets. Soms denk ik, ik wou dat ik over meer dingen zo dacht als over porno. Het gaat totaal langs me heen, het interesseert me niet, het houdt me niet bezig, niets. PLAYBOY: Ik heb op een gegeven ogenblik besloten om niet meer naar dat soort films te gaan. Ik doe het dan ook niet meer, het is zonde van je tijd en een belediging van het menselijk verstand. DE LINT: Porno lijkt me een nachtmerrie. Maar ik ben niet iemand die zegt dat het verboden zou moeten worden. Voor mijn part maken ze een porno-shop zo groot als de Bijenkorf. Als ik er maar niet in hoef. Als ik de keuze maar heb. En zo is het met alles in het leven, als je maar kunt kiezen, niet gedwongen wordt. Als ik aan erotiek denk, denk ik niet aan dat enorme neuknummer, maar aan erotiek zoals ik die zelf beleef, een bepaalde spanning, maar dat heb ik nog maar zelden of nooit gezien. Ook niet op foto's. De foto's die ik zie, vind ik niet mooi en ook niet opwindend, daarom zou ik zelf wel eens van dat soort foto's willen maken, niet zozeer foto's waarvan mannen opgewonden raken, maar waarvan ik zelf opgewonden raak. Zoals ik ook graag eens een hele geile kalender zou willen maken, met twaalf bekende mannen in Nederland, mannen waarvan je denkt dat doen ze nooit en die dan naakt en heel geil fotograferen. Dat lijkt me leuk om te doen. Moet je je voorstellen: januari met Brinkman en december met Danny de Munck. PLAYBOY: Voor je ging acteren ben je model geweest. DE LINT: Toen ik op de kunstacademie zat. Ik werkte er bij, op een fabriek, ploegendienst. Als ik me daar een week de kelere werkte had ik evenveel verdiend als met twee uur fotograferen. PLAYBOY: Wat deed je? DE LINT: Mode. Mode staat me erg goed, dus dat ging allemaal erg makkelijk. Ik vond het leuk om met mooie meiden te werken en je werd ontzettend verwend: lunchen met vis en witte wijn en je kreeg nog eens f800,- toe. Ik wist niet wat me overkwam. Ik heb daar erg veel dingen van betaald. Mijn eerste reis naar Amerika, auto's, van alles. Nu kan ik dat werk niet meer doen en dat vind ik nog steeds jammer. PLAYBOY: Waarom kan het niet? DE LINT: Dat is zakelijk. Als ik een week naar een eiland ga, een fantastische vliegreis, hotel en alles wordt betaald, krijg je als model, ik noem maar wat, f5000,-. Maar als acteur krijg ik het tienvoudige en dat kunnen ze niet betalen. Ik kan dat werk dus niet doen omdat ik altijd Derek De Lint blijf. PLAYBOY: Heb jij op je zestiende wel eens gedacht dat je een beroemde filmster wilde worden? DE LINT: Helemaal niet. Ik was bezig met schilderen en tekenen en later vooral met fotografie. Het gevoel dat ik wilde acteren kwam pas toen ik op de kunstacademie zat en daarom ben ik dus naar Amsterdam gegaan, maar toen was het nog niet zo dat ik ook bij de film wilde. PLAYBOY: Een heleboel mensen zouden niets liever willen en het gebeurt ze nooit. DE LINT: Tegenwoordig is opvallen, uit de grijze massa opstaan, bekend zijn, beroemd worden, aanbeden worden, dat zijn belangrijke dingen, maar ik ben daar destijds nooit mee bezig geweest. Ik denk ook dat als je zo hongerig bent het niet lukt, uitzonderingen daargelaten. Je laten leiden door de roes van het succes, dat is artistieke zelfmoord. Ik ben ook nooit bezig geweest met uitstippelen van een carrière. PLAYBOY: Maar Sylvia Kristel bijvoorbeeld zei dat ze wereldberoemd wilde worden. En dat werd ze ook. DE LINT: En dat is ze nog steeds. Maar dat idee van wereldberoemd worden heeft me nooit bezig gehouden. Pas toen Soldaat van Oranje zo'n succes werd, dacht ik: Dit is iets wat ik wel vaker wil doen. De première van Soldaat van Oranje, iedereen in smoking en de Reguliers-breestraat in de schijnwerpers, het publiek rijen dik achter de dranghekken, politie te paard en Rutger en Jeroen die op motoren kwamen aanrijden en wij allemaal in oude Rollsen. Dat bomvolle Tuschinski, Koningin Juliana en Prins Bernhard, Beatrix en Claus, en dan komt daar ineens die scène dat ik in Rusland zit te poepen. Ik keek naar de loge, de geheel gevulde Koninklijke Loge die daar naar mijn kakkende kont zat te kijken en ik dacht: Jezus... PLAYBOY: Was Soldaat van Oranje je eerste film? DE LINT: Mijn debuut was een Franse film, van Techine. Ik was bezig met de screentest voor Soldaat van Oranje toen ik een rolletje in die film kreeg. Ik speelde een radioreporter en ik moest, in het Frans, verslag doen van wat er gebeurde: Een trein vol figuranten die het Centraal Station uit komt rijden, en iedere keer als ik over mijn woorden struikelde, moest die hele trein met al die figuranten weer terug naar het Station. Toen dat twee keer was gebeurd, kregen ze wel iets van: Wat is dit voor een idioot? PLAYBOY: Hoe kwam je aan die screentest voor Soldaat van Oranje? DE LINT: Via mijn neef: Hans van Eijck van T-set, Na de Theaterschool heb ik in een stuk van Hugo Claus gespeeld. Thuis met Ank van der Moer, Elly van Stekelenburg en Leo Beijers. Dat was nou niet iets waarvan je zei: God, wat zijn we met zijn allen met iets geweldigs bezig. Ik had meer het gevoel dat ik de ondergang van een toneeltijdperk meemaakte, dat ik tussen de brokstukken zat. Dat stuk is als een nachtkaars uitgegaan en toen werd ik voor het eerst werkloos. Ik stond ingeschreven bij het arbeidsbureau en na twee weken - en later heb ik begrepen dat zoiets nooit voorkomt -werd ik opgebeld door een ambtenaar, die zegt: U staat hier ingeschreven als acteur, maar kunt u ook dansen? Ik zei: Ik heb wel dansles gehad ja. En hij zei: En kunt u ook zingen? Nou, zei ik, ik heb ook wel zangles gehad, al zou ik mezelf geen zanger willen noemen. Bleek dat ze een vacature hadden voor de Rocky Horror Show van Rene Solleveld en of ik daarvoor auditie wilde doen. Ik scheet in mijn broek, maar ik heb drie keer auditie gedaan. Ze hebben me zelfs de Zilvervloot laten zingen, voor iets anders was ik te nerveus, maar uiteindelijk heb ik die rol gekregen. PLAYBOY: Wat deed je in de show? DE LINT: Ik speelde een keurig type die onderweg naar het een of ander met zijn verloofde samen panne krijgt en bij een kasteel aanbelt. In dat kasteel wordt hij helemaal getranssexualiseerd of hoe heet dat, maar in ieder geval werd ik uitgekleed en kreeg ik hoge hakken en netkousen en jarretels aan en moest ik meedansen en die rol was me op het lijf geschreven. | |
|
PLAYBOY: Dat vond je leuk om te doen. DE LINT: Ja, en dat is jammer, want een van de dingen die ik erg graag zou willen doen is comedy en dan niet op het toneel, maar in een film. Dat zou ik fan-tantisch vinden, en ik moet zeggen, dat is echt één van de weinige dingen waarvan ik denk dat ik het zou kunnen. Het komische is een onontgonnen gebied bij mij. Maar humor is schaars. Ik denk dat comedy films en musicals wel de allermoeilijkste genre's zijn. PLAYBOY: Humor lijkt een beetje op. DE LINT: Gelul. Dat lijkt misschien zo, maar ik geloof het niet. PLAYBOY: Noem eens iemand die een stuk kan schrijven waarom jij moet lachen. DE LINT: Kees van Kooten. PLAYBOY: Mee eens. Van Kooten, Remco Campert, Jan Mulder en dan zwijgt de spreker stil. Maar goed De Rocky Horror Show. DE LINT: Door mijn neef zijn Hans Kemna en Ineke van Wezel, die toen voor Rob Houwer werkt, komen kijken en even later had ik een contract in mijn zak. Of een contract. Er stond in dat je een jaar lang 24 uur per dag en 7 dagen in de week beschikbaar moest zijn. Dat soort contracten kan al niet meer sinds 1848, maar Rob Houwer liet ze gewoon tekenen. Ik kreeg ook een belachelijk laag bedrag, maar ik dacht: Ik moet nu niet over geld gaan zeiken. Soldaat van Oranje is in twee periodes gedraaid en tussen die twee periodes in heb ik in Blindgangers van Ate de Jong gespeeld. Dat is mijn eerste première geworden. Soldaat van Oranje en Blindgangers was een enorm contrast. Blindgangers werd met een minibudget gemaakt. Er was nauwelijks materiaal om een scène over te draaien. Alles werd opgenomen op de halve woning van Ate en op de andere halve woning, aan de voorkant, woonde een man alleen die overdag werkte en dan mochten wij zijn huis gebruiken om er broodjes te smeren. Er werd geen hap buiten de deur gegeten. Maar een fantastische sfeer. En aan de andere kant was ik met Soldaat van Oranje bezig, met allemaal bekende acteurs om me heen, de eerste echte Nederlandse mammoetproduktie. PLAYBOY: Hoe vond je Verhoeven? DE LINT: Ik kende dat helemaal niet. Biefstukken die door de ruimte werden gegooid en Paul en Rob Houwer die op de set als een soort leeuwen om elkaar heen draaiden en die niets anders deden dan schelden en vloeken. En dan gigantische special-effects, massascenes, het was allemaal, ja, imponerend, echt filmland. Het is allemaal heel snel gegaan. Ik was een nieuw gezicht en ik heb snel achter elkaar een aantal grote dingen gedaan. Kort Amerikaans, die rol wildeik ontzettend graag spelen, dat was één van mijn lievelingsboeken. Ik heb ook ontzettend hard aan die film gewerkt en we hadden het gevoel dat we met iets fantastisch bezig waren, een film waar de mensen kilometers voor in de rij zouden gaan staan, maar dat is niet helemaal zo uitgepakt. PLAYBOY: Kort Amerikaans flopte. DE LINT: Ik geloof dat er ongeveer 500.000 mensen naar zijn komen kijken. Als je nu een film uitbrengt en hij trekt zoveel bezoekers, is het een succes. Toen was het een flop, zo snel gaat dat. Wat voor mij belangrijk was, dat toen ik de film zag, ik voor het eerst werd geconfronteerd met het tegenovergestelde van wat er in Soldaat van Oranje gebeurde. Tijdens het maken van Soldaat van Oranje werd ik absoluut niet als een hoofdrolspeler behandeld, ik had geen meter van die film gezien en pas bij de première zag ik wat ik had gedaan: Door het verhaal en door de montage, door het geheel werd mijn rol heel volwaardig en volwassen en ik dacht: leuk, film, je doet iets en het wordt veel beter dan je zelf ooit had gedacht. In Kort Amerikaans speelde ik een dragende rol, en daar heb ik me helemaal voor ingezet. Toen we die film draaiden had ik een bepaald idee in mijn hoofd en als ik het script en de muziek en mijn eigen ideeën bij elkaar optelde, dacht ik: Jezus, dit wordt de beste film van mijn leven. En toen ik de film zag, zag ik iets heel anders. Ik viel met de film. PLAYBOY: Met wat voor soort regisseur werk je graag?DE LINT: Ik vind het prettig als een regisseur exact weet wat hij wil. Het is zijn film en niet die van de acteur en dus is hij de baas. Een acteur moet creatief zijn, meedenken, mogelijkheden tot verbeteringen aangrijpen, dus er moet vertrouwen tussen regisseur en acteur bestaan, maar het moet ook weer niet zo'n oudejongenskrentenbrood sfeer worden. Dat alles wat je doet goed of aardig is. Als acteurs zichzelf gaan regisseren is het in negen van de tien gevallen oninteressant. Maar ik verwacht wel dat een regisseur me als een gelijke behandelt en niet als vee, hoewel ik ook wel weet dat acteurs zich vaak verschrikkelijk gedragen. Dat iedereen op de set zich uit de naad werkt en acteurs alleen maar lopen te zeiken over wat er niet is, in plaats van te kijken naar wat ze wel hebben. PLAYBOY: Ben jij moeilijk? DE LINT: Vraag mijn vrouw. Ik ben zeer harmonieus, ik werk lekker als er een bepaalde harmonie is, een ontspannen sfeer waarin plaats voor humor is. Ik vind het prettig als ik mijn eigen gang kan gaan en ik niet onder continue druk of spanning sta. Maar, en dat begin ik langzaam te leren, soms is een conflict onvermijdelijk, maar ook noodzakelijk. De beste dingen die ik heb gedaan zijn vaak onder spanning tot stand gekomen, dus waar blijf ik dan. PLAYBOY: Je lijkt erg evenwichtig en weinig emotioneel, maar is dat wel zo? DE LINT: Bereidwillig en hoffelijk, maar nogal gereserveerd. Ik kan me voorstellen dat ik zo overkom, maar er is natuurlijk meer. Ik wil graag in harmonie leven, maar zoals ik net al zei, de beste dingen gebeuren me vaak wanneer die harmonie verbroken wordt. Dat heb ik in de afgelopen jaren wel geleerd, als echtgenoot, als vader en als acteur. Als de knuppel in het hoenderhok gaat, gebeuren de goede dingen. Als ik aan De aanslag denk, kan ik niet zeggen: God wat heb ik nou heerlijk gewerkt en wat heb ik met Rademakers lekker kunnen praten. Het was bar en boos af en toe. Maar ik denk wel dat De aanslag verreweg mijn beste film is. Ik ben heel emotioneel en die emotie kan ik in de film kwijt. Ik stel mezelf met mijn hele hebben en houwen in dienst van het personage dat ik speel. In De aanslag sta ik in dienst van Anton Steenwijk. De film gaat over zijn probleem, maar ik voel affiniteit met hem, er zijn bepaalde raakvlakken. En hoe de film ook geregisseerd is, hoe hij ook gemonteerd is, er zit heel veel van mezelf in. Mensen willen altijd méér van je weten, ze willen weten waar je agressie verstopt zit, wanneer het glazuurlaagje breekt. Nou dat breekt en daar geef ik vorm aan, als acteur. Als ik schilder was, zou ik zeggen: Ga naar die en die galerie om mijn schilderijen te bekijken. Ik ben acteur en ik zeg: Ga naar De aanslag, vanaf 5 februari in de bioscoop! Playboy Nederland, nr 2 februari 1986 | |
|
Fotos uit de films: 1: Soldaat van oranje 2-3: Kort amerikaans 4-5: De aanslag
Archief | Biografie | Soldaat van oranje | Kort amerikaans | De aanslag | Hoofd |