INTERVIEW MET DEREK DE LINT
IN KORT AMERIKAANS BIJNA VOORTDUREND IN BEELD

door Harry Hosman

  • een foto 1: Tingue Dongelmans (Elly) en Derek de Lint (Erik) in Kort Amerikaans
  • een foto 2: Repetitie Thuis. De Lint's debuut. Met Ank van der Moer en Hugo Claus
Tingue Dongelmans (Elly) en Derek de Lint (Erik) in Kort Amerikaans     "Het was de afspraak dat ik geen rushes zou krijgen. Na de eerste draaidag kom ik's morgens om acht uur de caravan binnen waar Guido (Pieters, de regisseur) en Eddie (van der Enden, cameraman) koffie zitten te drinken en ik vraag: 'En, hoe waren de rushes?' Ik verwachtt eigenlijk dat ze zouden antwoorden: 'Nou, het ziet er mooi uit'. Maar Guido zegt met een grijns: 'Het is klote'. En ik kijk naar Eddie en dit zegt: 'Ja, het is niet best'. Ik begon een beetje te lachen, want ik dacht dat ze een geintje uithaalden. Toen vertelde Guido, dat de manier waarop ik Erik van Poelgeest speelde niet werkte op beeld. Ik had een erotische scéne gespeeld met Tingue (Dongelmans, zij speelt Elly) en ik moest laten zien dat Erik vreselijk op z'n hoede is en bang een blauwtje te lopen. Maar ik staarde me zo blind op dat stugge van Erik dat ik helemaal vergat dat wat ik met Elly wilde doen voortkwam uit geilheid. Daardoor zakte de scéne als een kaartenhuis in elkaar. Erik is in Wolker's boek een stugge, geremde jongen vol tegenstrijdigheden en ik speelde hem als een vermoeide oude man. Vanaf die dag heb ik één of twee keer per week rushes gezien om te kijken hoe ik op beeld overkwam zodat ik mezelf kon corrigeren".

Derek de Lint (28, zwart leren broek, wit hemd met blauwe sterren) is juist begonnen met de nasynchronisatie van Kort Amerikaans, zijn tweede hoofdrol. Vier jaar geleden verliet hij de Amsterdamse Kleinkunstacademie en sindsdien speelde hij toneelrollen in Claus' Thuis, The Rocky Horror Show en vorig seizoen, samen met onder andere Henny Orri en Diana Lensink, 128 maal in Alan Ayckbourn's Wie slaapt waar.
    Hij acteerde daarnaast in een aantal kleine films (Dat moet toch kunnen van Emmanuel Boeck en De grens van Bobby Eerhart), deed tv (Natuurlijke Historie van Anton Quintana, geregisseerd door Hank Onrust, Kant aan m'n broek. De Vlieg naar Guy de Maupassant onder regie van Jan Keja, en straattheater (Amsterdam Electric Circus).
    Maar de bioscoopbezoeker kent Derek de Lint vooral van een kleine rol in Techiné's Barocco, de hoofdrol in Ate de Jong's Blindgangers, een bijrol in Dag dokter van dezelfde regisseur en niet te vergeten een indrukwekkende rol als de SS-er Alex in Soldaat van Oranje van Paul Verhoeven. Met zijn rol in Kort Amerikaans (premiere: 11 oktober 1979) wordt hij een van Nederlands bekendste filmsterren. Regisseurs waarmee hij heeft gewerkt betitelen hem zonder uitzondering als 'een groot talent'.

Repetitie Thuis. De Lint's debuut. Met Ank van der Moer en Hugo Claus Gisteren heeft hij de gemonteerde film voor het eerst gezien en over het resultaat is hij zichtbaar ingenomen ('anders ben ik niet zo gauw tevreden, hoor'). Hij praat dan ook aan een stuk door vrolijk over de regisseurs waarmee hij heeft gewerkt, de verschillen tussen toneel en film en soms verheft hij zich zelfs van de bank en speelt een scénetje, om zijn woorden kracht bij te zetten.
    "Echt filmgek was ik vroeger niet, de eerste film die ik me herinner uit m'n jeugd in Den Haag is De koerier van de Tsaar. Vooral één scéne is me bijgebleven: met een brandend stuk ijzer worden de ogen van de koerier uitgebrand maar omdat hij huilt doven de vlammen en blijft er slechts een litteken over. Ik had in die tijd veel meer ambities in de richting van het theater. Ik weet nog goed dat ik op de Havo de hoofdrol zou spelen in The Knack van Ann Jellicoe onder regie van een acteur van de Haagse comedie. Vlak voor de repetities kreeg ik de ziekte van Feiffer, die rol kon ik toen op m'n buik schrijven en daar was ik kapot van".
    Van 1970 tot 1972 zat hij op de Kunstacademie in Enschede, daarna gaf hij zich op de Kleinkunstacademie in Amsterdam: "Iedere ochtend kregen we ballet. Van negen tot tien uur klassiek, dan een uur jazz-ballet en soms ook nog Spaanse dansen. Je moest exact om negen uur in je maillot en bandage klaar staan, anders stuurde directeur Johan Verdoner je van school af. Je werd er zeer gedisciplineerd, daarom ben ik ook altijd op tijd op de set bij het filmen."
    "Eigenlijk wilde ik iets doen met cabaret. Samen met een jongen en een meisje had ik een cabaret-programma in elkaar gezet maar dat werd afgekeurd en toen stond ik met lege handen. Mijn docent Spaanse dansen, Marino Westra, ontmoette toen toevallig in de TEE uit Parijs Hugo Claus en Sylvia Kristel en Hugo vertelde dat hij een acteur nodig had voor z'n stuk Thuis. Ik ben toen bij Hugo en Sylvia langs gegaan, die ik trouwens nog kende uit de tijd dat ik af en toe wat bijverdiende als fotomodel voor onder andere het Lana wolblad, en ik mocht auditie doen. Dat gebeurde in Carré, in het decor van Cyrano de Bergerac. Ik las een Carmiggelt-achtig verhaaltje voor in die zaal met tweeduizend stoelen. Op de eerste rij zat Hugo, een whiskey in de hand, en naast hem Guus Oster die Thuis zou produceren. Oster zei na afloop: 'Je kunt tenminste later zeggen datjejecarriére in Carré bent begonnen'."
    "Ik kreeg de rol van Rick. Claus had alleen niet zoveel aan mij. Hij is een regisseur die moet werken met heel ervaren acteurs, waarmee hij van tevoren uitgebreid praat over de rol en ik had natuurlijk helemaal geen techiek. Guus Oster en vooral Leo Beyers hebben me toen erg geholpen want ik voelde me nogal vreemd tussen Ank van der Moer en Elly van Stekelenburg." "De kritieken waren nogal slecht. Jan Spierdijk schreef: 'Men kan het de debuterende Derek de Lint niet kwalijk nemen maar zijn rol is in zuiver toneeljargon een pispaal.' Aan de rol zelf schortte nogal wat."

Mis je een toneelop leiding?
    De Lint: "Nou, met wat er op de Toneelschool gebeurt ben ik het helemaal niet eens. De Toneelschool duurt vijf jaar, ze gaan je eerst helemaal neutraal boetseren en dan iets opbouwen. Ik denk datje daarna nog minstens vijf jaar nodig hebt om die opleiding kwijt te raken. Dat is zonde van de tijd. Wel heb ik gemerkt dat ik in het begin techniek tekort kwam en dat kun je natuurlijk heel goed op de toneelschool leren. Ik moest het allemaal zelf doen. Georgette Reyevski heeft me spraaklessen gegeven en ik heb eenjaar lang stemtechniek gehad van lels Miller, een regisseur uit New York die door Harlekijn Holland hier naartoe is gehaald."

Wat is het leuke van werken voor film in vergelijking met toneel?
    De Lint: "Laat ik vooropstellen dat de spanning van een toneelpremiëre niet te vergelijken is met een film. Aan de andere kant moet ik zeggen dat ik het soms heel vervelend vond om iedere avond het land in te gaan om Ayckbourn's Wie slaapt waar op de planken te brengen. Bij film hoefje maar één keer alles te geven, het is een korte explosie van concentratie en energie, daarna doet de projektor het. En met film kun je van die kleine dingen doen. Het is bij film makkelijker genuanceerder te zijn dan op het toneel."

Je hebt in 'The Rocky Horror Show' gestaan, dat was niet bepaald subtiel...
    De Lint: "Nee, maar het was een fantastische tijd. Ik ben er tamelijk toevallig bij verzeild geraakt. Er viel een gat in de optredens van Thuis en toen belde het arbeidsbureau op, wat ze anders nooit doen. Producer René Solleveld zocht acteurs voor Rocky Horror. Ik heb audities gedaan in Frascati, een conférence en aan het slot zong ik, met Ruud Bos aan de piano. De Zilvervloot. Heel onzeker, want op de Kleinkunstacademie hadden ze gezegd dat ik niet kon zingen. Bij Rocky Horror raakte ik een heleboel frustraties kwijt, ik liep daar in een korte broek rond, met achterover gekamd haar, een bril anno 1960, een gestreept Amerikaans jasje.
    En in de coulissen trok Hugo Metsers, in die malle jarretels, gekke bekken naar het publiek als ik met m'n solo bezig was. Omdat ik zulke goede kritieken had gekregen zaten op een gegeven ogenblik Paul Verhoeven en Hans Kemna, die me ook in Thuis hadden gezien, en Rob Houwer met Ineke van Weezel in de zaal om te kijken of ik geschikt was voor de hoofdrol in Soldaat van Oranje. Bij het eerste gesprek in Americain riep Ineke meteen: 'Oh Derek, een film van vijf miljoen'. Dat overdonderde me zo, ik kon m'n hoofd niet meer koel houden en de screen-test werd een mislukking. Ik was nog zo onzeker. Toen kreeg ik die rol van Alex, de SS-er."

Paul Verhoeven merkte op dat hij weinig heil ziet in lange gesprekken met een acteur over zijn rol. Hij vond dat zonde van de tijd.
    De Lint: "Dat klopt. Paul zegt alleen: loop van punt a naar punt b. Maar, en dat moet ik hem nageven, mijn rol in Soldaat van Oranje is zo goed geworden omdat hij me zo strak heeft geregisseerd."
    Over het regisseren van Paul Verhoeven: "Een dansleraar had met Rutger en mij de choreografieën ingestudeerd van de tango. Dat was een erg moeilijke scéne met veel figuratie, rookmachines, en ingewikkelde camerabewegingen. Omdat ik nog zo onervaren was raakte ik een beetje in paniek. Dat irriteerde Paul en er ontstond een wat korzelige sfeer. Rutger heeft me toen opgevangen, die bleef altijd kalm en had ook een heel andere verhouding met Paul dan ik. Rutger vloekte Paul af en toe letterlijk en figuurlijk een hoek in en dat vond Paul zalig. Ik stond daar echt te schutteren.
    Als ik bijvoorbeeld over m'n wang streek tijdens een scéne zei Paul: Derek, je moet over je wang strijken. Dan begon ik te sputteren en Dolf de Vries zei toen tegen me: 'als een regisseur iets tegen je zegt moet je nooit antwoorden: dat deed ik toch. Dan moet je denken: hij heeft dat gebaar natuurlijk wel gezien maar het was blijkbaar niet groot genoeg'. Dat soort dingen leerde ik."

"Wat er rond Spetters is gebeurd typeert eigenlijk heel goed Paul's houding ten opzichte van acteurs. Hij had gevraagd of ik een screen-test wilde doen voor Spetters. Met veel moeite kon ik het script krijgen. Dat beviel me niet zo en ik maakte allerlei aantekeningen. Ik speelde die screen-test erg neutraal, probeerde de rol en Paul af te lasten. Na de tweede test belde Paul op met de mededeling dat ik Rien zou gaan spelen. de hoofdrol. Er volgde een derde screen-test die voor mijn gevoel net zo speelde als de twee eerste.
    Een paar dagen daarna kreeg ik een briefje van Hans Kemna, Paul's assistent, waarin stond dat de publiciteit rond Kort Amerikaans niet in de lijn van hun film lag en dat ze afzagen van verdere medewerking. Bedoelden ze daarmee de publiciteit voor Kort Amerikaans in TV-Privé? Daar ben ik toch niet verantwoordelijk voor? Zoiets begrijp ik niet. Laat ze dan zeggen dat ik te oud ben voor die rol of niet pas in de cast, maar zo'n briefje snap ik niet. Zo laat hij toch zien hoe hij over auteurs denkt."

Wat me zeer irriteert bij het filmen is het tijdgebrek dat er vaak is. Ik heb nu een paar maal meegemaakt, bij Paul, bij Guido en bij Ate, dat de regisseur vijf minuten voor een opname van de producent krijgt te horen dat een opname van de volgende dag vervalt omdat het te kostbaar wordt. Meteen daarna moet die regisseur met een acteur gaan werken en dat kan niet. Zo'n regisseur is dan geïrriteerd en dal werkt verlammend op de acteur, zeker wanneer je, zoals bij Kort Amerikaans volkomen afhankelijk bent van de regisseur. Want daar heb ik aan touwtjes getrokken waarvan ik überhaupt niet wist dat ik ze had."

Wim Verstappen zegt altijd: Ik huur een acteur in, betaal hem en verwacht dat hij z 'n werk goed doet.
    De Lint: "Die uitspraak van Wim begrijp ik volkomen. Dan kom je weer op het verschil tussen toneel en film. Het uitgangspunt van een toneelregisseur is de acteur. Bij een film engageert de regisseur een acteur om een aantal dingen te doen die de regisseur in z'n hoofd hedft. Dat geldt ook voor theater maar bij film heeft de regisseur ook te maken met de camera, het licht, het geluid. En dan is het begrijpelijk dat een filmregisseur zegt: ik betaal die acteur en hij moet doen wat ik van hem verlang en verder niet zeuren.

Maar de regisseur moet ook kunnen begrijpen dat op het moment dat de camera en het licht klaar zijn de acteur misschien nog niet klaar is. Dat is voor zo'n acteur gedeeltelijk een kwestie van routine en techniek, maar daarnaast is het een kwestie van hoe een regisseur met een truc of wat dan ook alles uit de acteur kan halen.
    Ik zeg er meteen bij: het verschilt per acteur. De een wil uitgebreid praten, bij een ander hoeft dat niet. Omgekeerd geldt dat ook voor regisseurs. De één zegt meer dan de ander. Ik weet van Wim Verstappen, bij wie ik een screen-test heb gedaan voor de hoofdrol van Pastorale, maar m'n agente Margrete van Dam vond me er niet zo geschikt voor, dat hij niet veel zegt op de set.

    Ate (de Jong) praatte bij Blindgangers en Dag Dokter heel veel. Dat hoeft niet altijd, soms is één woord voldoende. Als ik Blindgangers nu terugzie merk ik dat ik in sommige scénes wel aanwezig ben maar er springt geen vonk over. Dat ligt aan mijn gebrekkige techniek die ik toen had maar ook Ate kon hel, ondanks dat vele praten, niet uit me halen."

"Ik heb nu met Ate, Guido enzovoort gewerkt en allemaal hebben ze hun eigen methoden. Ate is, en dat zie je aan z'n films, zeer rationeel. Hij heeft een script, een aantal gegevens en die zet hij bijna mathematisch inelkaar. Hij is geen gevoelsmatig regisseur, wat Paul veel meer is. Met Guido (Pieters) heb ik bij Kort Amerikaans gemerkt dat hij erg van de acteur uitgaat en hoe die acteur zelf zijn rol invult. Hij had ook als voorwaarde voor het maken van Kort Amerikaans gesteld dat hij een geschikte acteur voor de hoofdrol zou kunnen vinden. Logisch, want de hele film wordt op die jongen gedraaid, hij is voortdurend in beeld."

"Ik vind het het fijnste als een regisseur jou eerst je gang laat gaan. Bij toneel, en dat gebeurt niet vaak bij film, begin je met leesrepetities. Altijd een wat nerveuse aangelegenheid, je kent elkaar nog niet en dat voorlezen is niet zo makkelijk. Bij de leesrepetitie van Thuis zei Elly van Stekelenburg op een gegeven ogenblik tegen me: 'je zou de woorden wat meer voor in de mond kunnen nemen.' Toen deed ik het wel in m'n broek.

Nou, je probeert dan de tekst bekkend te maken. Soms zitten er nog haperingen in de zinnen, ligt de klemtoon verkeerd, maar dat is niet erg. Dat kan de regisseur dan bijschaven."
"Die repetities verschillen ook weer heel erg per regisseur. Voor De Vlieg (de met een Emmy Award bekroonde tv produktie van de Tros) repeteerden we eerst twee en een halve week zeer intensief droog met Jan Keja in Frascati. Tafels en stoelen fungeerden als decor. Aan het eind van die periode namen we het stuk één keer helemaal door. Dan heb je het stuk goed in je hoofd en dan geeft het ook niet als Keja tijdens de opnamen een scéne omgooit. Hij bespeelt zo ontzettend goed de cast en de crew dat alles soepel verloopt.

    Vergelijk dat eens met Soldaat van Oranje. Daar zijn we één keer voor de opnamen met alle acteurs bij elkaar gekomen in een ruimte onder het Ajax-stadion. Er was een script van twee telefoonboeken dik. Tijdens de opnamen is er veel veranderd en ik heb het gevoel dat er toch niet is uitgekomen of het een film moest worden over zes jongens of een zuivere aktiefilm. Daar hadden we meer over kunnen praten. Van tevoren."

Preciseer dat verschil tussen toneel, film en tv eens nader.
    De Lint: "Het verschil tussen werken met een toneelregisseur en het werken met een tv- of filmregisseur is eigenlijk dat de theaterregisseur jou als acteur op een volgens zijn gevoel zo goed mogelijke manier in een relatie brengt met het publiek dat die avond in de zaal aanwezig is. De tv, maar vooral de filmregisseur zit er altijd nog met z'n camera tussen. Vooral de filmregisseur omdat bij film veel genuanceerder wordt gebruik gemaakt van die camera, het licht, het geluid. Tv is tenslotte vaak een registratie van een theatergebeuren in de studio. Heel weinig tv regisseurs werken naar mijn mening filmisch met elektronische camera's. Het moet er gauw op staan."

"Dan heb je ook de beperkte mogelijkheden van theater ten opzichte van film. Theater is op een plaats, op een moment. Bij film kun je door middel van beeld, geluid, muziek veel sneller plaats en sfeer op een annnemelijke wijze veranderen. Theater houdt natuurlijk altijd de kick van de eenmalige unieke gebeurtenis, waar alleen acteurs en publiek bij aanwezig zijn. Ik vindt het daarom zo jammer dat je tegenwoordig in Nederland weinig goed theater ziet.

    De grote zaal produkties zijn erbarmelijk, alleen wat Baal en dat soort groepen in theaters als Shaffy doen is de moeite waard. De manier waarop het publiek in Nederland theater-minded wordt gemaakt is smakeloos. Alle mogelijkheden van de vrije produktie zijn totaal ontkracht, theaterdirecteuren kopen makkelijke alleen op hel amusement gerichte stukken in. Nee, het is droevig gesteld met het toneel."

Later bekijken we bij Cinecentrum in Hilversum Kort Amerikaans op de video. In een scéne tussen Derek en Joop Admiraal (de Spin) blijkt zijn zeer sterke screen- personality.

Hoe ben je eigenlijk bij Kort Amerikaans gekomen?
    De Lint: "Guido had Blindgangers gezien tijdens een Nederlandse filmweek in Roemenië en dat vond hij aardig. Tijdens de premiere van Dag Dokter zag hij me samen met Guus Oster door de hal van Tuschinski lopen. Oster vond hij perfekt als D'Ailleurs en ik kreeg toen definitief de rol van Erik van Poelgeest. Waarom? Nou, Guido vond dat spider-achüge kijken van mij passen bij zijn beeld van Erik."

"Over de rol zelf heb ik een paar keer met Wolkers gepraat. Hij heeft adviezen gegeven over de kleding bijvoorbeeld. Maar de meeste steun had ik natuurlijk van Guido. Een acteur heeft veel liefde nodig, een bepaalde band met en vertrouwen van een regisseur.
Tussen Guido en mij was er een absoluut wederzijds vertrouwen.
    En soms, als je als acteur niet uit je rol komt, is het goed als een regisseur je van je stuk brengt. Dat deed Guido ook. Hij creëerde in zo'n situatie een spanning, bijvoorbeeld door heel andere aanwijzigingen dan normaliter te geven en ook wel door een bepaald woord dat voor mij dan voldoende was. Dat is regisseren datje niet als regisseren als zodanig herkent. Maar ik geef toe: het regisseren van acteurs zal altijd persoonlijk blijven, zowel voor de acteur als regisseur. Ach, het enige dat natuurlijk telt is het eindresultaat."

We bekijken nog een vrijscéne tussen Erik (Derek) en Elly (Tingue Dongelmans): "De naakstscénes vond ik heel moeilijk. Kijk, als je in zo'n scéne opgewonden moet zijn hoefje niet meteen een erektie op het doek te zien maar ook geen spruitjes en een dood vogeltje. Dan is die scéne niet aannemelijk. Bij de zesde take moet je orgaan er dan toch iets enthousiaster bijhangen dan normaal en op zo'n moment speelt de aanwezigheid van de crew best een rol. Piemelnaakt dat is moeilijk, zeker als het steeds opnieuw moet.
    Rutger Hauer heeft me geloof ik ook eens een one-take-actor genoemd en volgens Guido word ik pas goed als de camera loopt. Bij de repetities vindt hij het dan zo zo."

Op de valreep vraag ik hem hoe hij zijn toekomst ziet: "Ik moet nu erg kritisch zijn met de rollen die ik doe. Misschien denken sommige regisseurs dat het in m'n bol is geslagen maar ik weet nu wat m'n sterke en zwakke kanten zijn. De scripts lees ik zelf. Ik heb nu net een Duits script ontvangen, geen porno, wel met veel sex. Dan heb ik het gevoel dat zo'n producent denkt: die mooie jongen wil wel in z'n blote kont. Nou dat vertik ik. Dan sta ik op m'n 32-ste bekend als Derek aus der Lederhosen."

Bovenkant pagina


Archief |  Biografie | Soldaat Van Oranje | Kort Amerikaans | Hoofd