

|
 Derek de Lint gelukkig met weinig in Canada
Na Soldaat van Oranje maakte Derek de Lint internationaal carriere.
Toen die ambities werden gedwarsboomd stelde hij zich tevreden met een gelukkig gezinsleven in
Vancouver. Evengoed is de acteur wel elke zondag-avond bij SBS6 te bewonderen.
Tekst: FELIX WILBRINK Fotografie: CLAUDE VANHEYE
Om precies 10.00 uur komt er beweging in de draaideur van het Amstelhotel en zwaait
Derek de Lint (49) de statige hal binnen. Het kortge-knipte haar, zo onder de douche
vandaan, is gedistingeerd grijs aan de slapen geworden. Een nonchalant leren jasje is net
lang genoeg om over het jasje van het donkergrijze pak te vallen, het Nehru-kraagje van
zijn donkere hemd staat speels open. Derek de Lint is nog steeds de best geklede acteur
van Nederland, met dat verschil dat hij niet meer helemaal van Nederland is, maar
tegenwoordig met zijn gezin in Canada woont.
Niet gek voor een Hageneesje dat met een hoofd vol dromen over een toekomst als ster in
loden jasje op een Solex door de stad tufte. Toen wilde hij nog cabaretier worden, maar „Ik
was niet echt in staat om geestige teksten te schrijven." Probeerde het toneel en
debuteerde in 'Thuis' van Hugo Claus. De strenge recensent Jan Spierdijk schreef: 'De Lint
is een pispaal, maar kan er niets aan doen.' De Lint lacht er nu om, vrolijk en vrijuit. „Ik
herlas die zin keer op keer in de hoop er iets positiefs in te vinden, vooral in dat 'Hij kan er
niets aan doen.'"
De verfilming van 'Kort Amerikaans' was misschien nog een jeugdzonde, maar daarna ging
het hard met als belangrijkste opstap natuurlijk 'Soldaat van Oranje', met daarin zijn
onvergetelijke tango met Rutger Hauer. Juist die film bracht drie mannen bij elkaar die het
ook in buitenland zouden maken. Rutger Hauer, Jeroen Krabbe en die mooie jongen, Derek
de Lint.
Films als 'The unbearable lightness of being', 'Mascara' met Charlotte Rampling, 'De
aanslag', 'Rituelen' met Thom Hoffman, het werden allemaal belangrijke visitekaartjes van
De Lint.
Het staat een beetje vreemd geprogrammeerd, op zondagavond laat op SBS 6, maar de
oplettende kijker heeft natuurlijk al lang gezien dat in de wat buitenissige serie 'Poltergeist:
the Legacy' de hoofdrol wordt vervuld door Derek de Lint. Daar staat gewoon een
Hollandse jongen in een door en door Amerikaanse serie een beetje net te doen alsof dat
de normaalste zaak van de wereld is.
Derek de Lint kleurt inmiddels prachtig tegen de staal blauwe comfortabele bank in de
lounge van het Amstel. Hoe doet hij het? Hij zit schuin onder een reusachtig boeket
bestaande uit lelies en rozen, het leren jasje achteloos in de hoek van bank, de lichtbruine
ogen stralen vertrouwelijkheid uit. Bij die perfectie hoort nog een pracht van een horloge,
denk ik, en zie..., het is een doodgewone doorzichtige plastic Swatch.
Zonder dat er een vraag hoeft te worden gesteld, begint hij over zijn verhuizing. Over de
beslissing om toch maar naar Canada te gaan. Vier jaar aan een serie werken (Poltergeist
werd in Canada opgenomen), zo ver weg van vrouw en kinderen, was te erg. "Ik begon met
een leeg flatje, prachtig met uitzicht over English Bay in Vancouver. Dat is zoiets geweldigs,
in een leeg huis trekken en het langzaam naar je hand zetten. Het eerste dat ik kocht was
een stoel. Een Eames stoel, uit de jaren 50. Mister Chair, geen originele maar een onder
licentie gemaakte, evengoed een prachtstuk. Die stoel en een computer waren het begin
van mijn nieuwe leven. Het eerste halfjaar werd ik een complete internetjunk. Je moet toch
wat, 's avonds in je eentje. Toen bleek dat de serie zou worden voortgezet en er echt jaren
tijd in ging zitten, moesten we er aan gaan denken om het hele gezin te verhuizen."
“Man, wat een geluk, zoiets. Een nieuw leven beginnen zonder dat er iets anders achter
zat. Geen trauma's, geen vervelende dingen, nee, gewoon de zin om te verhuizen. Alsof
we met z'n allen naakt naar een eiland gingen en het maar moesten rooien. En het is
gelukt. De kinderen (hij heeft drie zoons — red.—) zitten of nog op school of hebben hun
school daar afgemaakt. Geweldig, ze corrigeren nu mijn Engels. Nu is het leuk dat mijn
oudste zoon weer in Nederland woont, in ons oude huis en ik bij hem kom logeren. Nou ja,
niet helemaal, we hebben er natuurlijk onze eigen pied-a-terre, maar het voelt wel een
beetje zo. Gisteren ben ik de plekjes van vroeger gaan bekijken. Dat was een gedeeltelijk
genoegen. Mijn lagere school in Den Haag was afgebroken. Er lag slechts een
braakliggend terrein."
“Wat is er in godsnaam in Amsterdam aan de hand? Wat is er over de mensen gekomen?
Verbeeld ik het me of is Nederland in de afgelopen jaren compleet koopgek geworden?
Wat bezielt je om vanaf het Wetehngplantsoen in de file naar de Bijenkorf te staan.
Allemaal prachtige nieuwe autootjes maar alles staat stil en iedereen kijkt chagrijnig.
Allemaal schaapjes met een creditkaart. Op zondagmorgen vroeg is het nog mijn
Amsterdam. Licht, stil, eeuwig mooi, maar vanaf een uur of elf begint het weer. Hordes
kopers dringen de stad binnen. Je kunt je kont niet meer keren. Werkelijk, die
zondagsopening, daar moeten ze toch nog maar eens over nadenken. He, getver, ik begin
een beetje als een CDA-er te klinken. Nee, dat suffige van vroeger dat moet ook niet meer
terugkomen, maar dit is wel het andere uiterste."
"Theoretisch wist ik het altijd al. Soms zit je op gouden eieren, maar het duurt altijd zo lang
voordat je het zelf door hebt. Bij mij kwam het een paar maanden geleden. Na 'Poltergeist'
wilde ik direct weer als een gek aan de slag en deed zoveel mogelijk audities in Los
Angeles. Maar op de een of andere manier kreeg ik niet de rollen die ik wilde en de rollen
die ik kreeg, wilde ik niet. Dat sudderde maar een beetje door. Maar toen Julio Iglesias een
rol kreeg waar ik voor ging (voor een acteur is dat alsof je rechts door Donald Duck wordt
ingehaald) brak het besef door: 'Wat loop je je druk te maken, je hebt alles wat je maar wilt.
Geld op de bank, een prima carriere, fantastische kinderen, een lieve vrouw. Hou toch eens
op.' Ik ben eens naar de kapper gegaan en heb het vliegtuig naar Nederland genomen.
Gewoon om te genieten, een beetje na te denken en nog meer te genieten."
“Het toppunt van genot is voor mij de sushi-bar in Vancouver. Omdat ik eindelijk langere tijd
op een plaats woon en niet telkens weg hoefde, heb ik eindelijk een stamcafe, een
piepkleine sushi-bar. Daar weten ze precies wat ik wil. Een glaasje sake en levende uni, dat
is zee-egel. Je weet niet wat je proeft. Niets in de wereld is daarmee te vergelijken. In
Nederland heb ik het nog nooit op de menukaart gezien. De puurheid van die smaak is
nergens mee te vergelijken. Nou, ja, oesters misschien, van die Zeeuwse..."
"Maar nu ik hier door Amsterdam loop, denk ik weer. 'Niks sushi, wij hebben de beste
rauwe vis ter wereld. Haring, ledere dag een haring met een stukje zuur en uitjes. Dat mis
je in het buitenland. En pindakaas. Je kunt er wel pindakaas krijgen, maar niet van het merk
dat ik het lekkerst vind, maar die naam noem ik niet, (Derek de Lint zou het gezicht van
Caivé worden, maar dat project mislukte - red.) want dat gun ik ze niet."
“Poltergeist gaat over een groep die moeilijk-verklaarbare dingen oplost, zoals
verschijningen van geesten en demonen. Dat is op het moment de grote mode op de
televisie. X-files, Charmed, Angel, Buffie the Vampireslayer, allemaal series die over het
bovennatuurlijke gaan. Je moet het gewoon zien als mode. Wij keken naar Bonanza en
Raw-hide. Clint Eastwood, oh, fantastisch. Zou ik best nog wel eens willen, in een western-
spelen. Geweldig lijkt me dat." Met een zwaar aangezet Nederlands accent: 'Hai, I am
cowboy Henkie from Holland and I can shoot well. Piewww Pieww!" Gefronste blikken in het
statige Amstel. „Natuurlijk wil nu iedereen we ten of er op de set van Poltergeist vreemde of
bovennatuurlijke dingen gebeurden. Nee, helaas, zoals in iedere productie zijn er bijna-
ongelukken waar van je na afloop denkt: hoe hebben we dat nu weer overleefd?"
"Maar ik geloof wel in het bovennatuurlijke, of het hogere." Hoe het precies zat, komen we
niet te weten. Zelfs niet na herhaald aandringen, maar het komt er op neer dat De Lint in
zijn jonge jaren het verloop van zijn carriere tot nu toe precies voorspeld kreeg. „Aan zo'n
voorspelling denk je gewoon niet meer, tot je op een dag opeens ziet dat alles is
uitgekomen. Dan schrik je wel even." „Gelovig ben ik niet. Althans niet in enige vorm van
religieus clubverband. Maar momenten van goddelijkheid maak ik wel mee. Vooral als ik
naar muziek luister. Dan kan ik me intens verbonden voelen met het universele. Mijn
helden van vroeger zijn eigenlijk mijn helden van nu. Dylan, Van Morrison en Neil Young.
Toen Dylan 'in God' ging, heb ik allerlei smoesjes bedacht om hem tegen mijn cynische
vrienden te verdedigen. Maar wat doet het er uiteindelijk toe, het is en blijft prachtige
muziek."
„Het is geweldig om bijna vijftig te zijn. Ik kan mezelf veel beter overzien dan vroeger.
Eindelijk begrijp je dat je zelf degene bent die zijn eigen beperkingen maakt. Jeugd is
natuurlijk prachtig, al die energie. Laatst zat ik rustig in een cafe een borreltje te drinken.
Komt er zo'n ploeg jonge mannen binnen. 'He, pa, wat doe jij hier,' zat mijn zoon erbij. Daar
kan ik dan zo van genieten, of zit ik nu een slappe lul goed te praten? Nee, het is gewoon
zo: ouder worden maakt mild."
“Heb je mijn website gezien? Het museum De Lint. Ik wist niet wat ik zag. Zonder dat me
ooit iets is gevraagd, heeft iemand mijn naam geclaimd en er alles maar dan ook alles wat
er over mij te vinden was op het web gezet. Toen ik het voor het eerst zag, was ik beledigd.
Dus direct mijn advocaat gevraagd of daar iets tegen te doen was. Die begon onmiddellijk
over processen te praten. 'Ze verdienen over jouw rug, aanpakken die handel.' Gelukkig
heb ik mijn hoofd erbij gehouden en heb ik de onverlaat opgespoord. Het bleek ene Helen
Belova te zijn, een vrouw, uit een buitenwijk van Moskou. Die verdient er helemaal geen
rooie cent mee en al zal ze aan het doorsturen van een videobandje met een kopietje van
een aflevering Poltergeist een paar roebel binnenhalen, wat dan nog? Ik heb haar gewoon
maar een paar e-mailtjes gestuurd. In het begin was ze kwaad, ze dacht dat ik iemand
anders was, die zich voor mij uitgaf. Nu heb ik afgesproken dat als ik ooit in Moskou ben, ik
een kopje koffie met haar ga drinken op het Rode Plein.
Achteraf ben ik dolblij dat ik niet op die advocaat ben ingegaan; ik zou me er eeuwig voor
hebben geschaamd. Waanzinnig wat ze allemaal bij elkaar heeft gekregen. Er staat zelfs
een repetitie-foto op van 'Thuis' uit augustus 1975, hoe komt ze er aan? Dit interview staat
er straks ook op, reken maar. Het kan even duren want ze moet het weer ergens in het
Engels laten vertalen, maar het komt er in."
“In Vancouver was iemand een restaurant begonnen. Een fan van Robert de Niro, ook mijn
grote idool. Ze had die zaak DeNiro's genoemd. Gewoon kille advocaten er op en die naam
moest en zou er af. Ik kan me haast niet voorstellen dat hij daar zelf weet van heeft. Wat
ben ik dan blij dat ik niet zo'n instituut ben dat door advocaten wordt geregeld."
"Get a greencard (verblijfsvergunning), get rid of your accent and fix your teeth, siste die
harpij van het eerste Amerikaanse castingbureau waar ik twintig jaar geleden binnenkwam.
Ik heb het lekker geen van allen gedaan. Je staat wel even te kijken hoor, als je zo'n serie
krijgt. Eerst mag je de pilot, de eerste extra lange aflevering, maken, dat is al een hele stap.
Dan wordt er besloten om zeven afleveringen te maken. Dat is het moment waarop het
serieus wordt. Ik werd keurig eerste klas ingevlogen en ging zo vanuit het vliegtuig naar
een bijeenkomst waar al die geldschieters zaten. Dan sta je daar tegenover vijfentwin tig
man die je aankijken met een blik van: 'Gaan we daar onze miljoenen aan wagen?' Ik heb
zelfs nog de regie van een aflevering gedaan. Dat was een belangrijke les. Regisseren is
een prachtig vak en ik zou het dolgraag nog eens doen, maar dan moet ik wel meer grip op
het werk krijgen, eigen inbreng in het script en artistieke vrijheid. En voor tv is dat heel
moeilijk, zoniet onmogelijk. Alles ligt vast en dan moet je ook nog genoegen nemen met
tweede keus, want dat wordt het beslist als je op de laatste draaidag in double golden time
(overwerk dus) met de producers in je nek scenes staat op te nemen. Dan is er geen
tweede take meer bij."
"Maar ik zit er wel over te denken om zelf misschien eens iets te produceren, ook een
reden waarom ik hier ben. Gewoon ideeen opdoen. Helemaal mooi zou het zijn om weer
eens op het toneel te staan. In Vancouver ben ik er van overtuigd dat dat de mooiste tijd
van mijn leven was. Een vrije productie in Nederland. Met z'n allen in de bus naar
Doetinchem. Gezellig samen eten, na afloop van de voorstelling nog een drankje, en
gelachen dat we hebben. Daar is natuurlijk helemaal niets van waar. De bus was te laat,
iedereen chagrijnig, te vlug vies eten omdat het restaurant nog niet open was en na afloop
slapen in de bus, maar het mindere vergeet je gelukkig gauw."
En zo heeft Derek de Lint het weer over eten. Ik heb het u bespaard, maar over die sushi's
is hij wel drie keer begonnen en inmiddels loopt me het water in de mond. „Meneer De Lint,
wat denkt u ervan, oesters bij Jan Hendriks in de Oude Doelenstraat?" Als een speer zijn
we weg. We rennen bijna door de stad en Derek de Lint begint over zijn Solex, zijn oude
lelijke eendjes en zijn oude Jaguar, die hij maar niet weg kan doen omdat hij zo lekker ruikt.
Achterin, bij Hendriks, klinkt even later een bijna orgastisch 'Achhhh, wat lekker.'
Uit mijn tas steekt de map 'Derek de Lint'. Die wil hij wel even inkijken. Bij een knipsel van
een interview uit 1979 met Henk van der Meyden blijft hij steken. Op de foto zie je Derek de
Lint, perfect als altijd, met lange donkere krullen, leren jasje, leren dasje en naast hem zijn
Dorith. „He, Dorithtje, kijk nou toch, Dorithtje, wat zijn we van ver gekomen, he," zegt hij
tegen de foto, op een toon waarvan de tranen me in de ogen springen.
DE TELEGRAAF, nummer 18, 29-30 april 2000
[Archief]
[Hoofd]
[E-mail]
|